Home » Anti-fascistisch nieuws » 2017 » Hoe reageren tegen racisme op sociale media?

Hoe reageren tegen racisme op sociale media?

Blokbusterlogo-6.jpg

Door Blokbuster: http://blokbuster.be/?p=10532

14 februari 2017

4298911131_ffbae9b3bd_z-2.jpg

Foto: Flickr/rachel-johnson

 

Op 10 januari kondigde de Roularta-groep (Knack, Trends, Sport Magazine, …) aan dat de mogelijkheid van commentaren onder artikels op de site uitgeschakeld werd. Aanleiding was “de vaak respectloze aard van de reacties die een constructieve dialoog onmogelijk maakten.” Op hetzelfde ogenblik ontstond er in Vlaanderen een discussie over racistische berichten op sociale media na de dood van Kerim Akyil, een jonge Belg van Turkse afkomst die omkwam in de aanslag op discotheek Reina in Istanbul. Is dit alles een correcte weergave van wat leeft in de samenleving? En hoe kunnen we ertegen reageren?

Artikel door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

“De meest vijandige stemmen (…) maken het meeste lawaai”

Eerst en vooral moeten we natuurlijk opmerken dat schijn vaak bedriegt. De ‘spiegel’ van de samenleving op de sociale media en commentaren onder artikels toont een wel erg vervormd beeld. De groep-Roularta erkent dit in zijn persbericht: “De creativiteit van enkelingen bleek grenzeloos en sommigen bleven de ruimte onder artikels vervuilen aan de hand van – soms meerdere – valse profielen die we wegens gebrek aan tijd en middelen onmogelijk konden bestrijden.” Er werd opgemerkt dat de veelheid van anonieme aanvallen het idee wekt van een radicalisering van de publieke opinie, zelfs indien het om een relatief beperkt aantal mensen gaat. Door stelselmatig te reageren, hopen ze op een sneeuwbaleffect. Roularta stelde vast: “Op die manier wil een klein deel van de bevolking laten geloven dat haar waarden de publieke opinie weerspiegelen, waardoor bepaalde radicale standpunten aanvaard worden.” Dat klopt, maar de mediagroep zou beter erkennen dat ze zelf met het oog op de commercie regelmatig olie op het vuur gooit.

Extreemrechtse militanten specialiseren zich in deze methode. Een blik op de Facebookprofielen van de meest uitgesproken racistische commentaargevers bevestigt dit al gauw. In 2013 publiceerde het regionale dagblad ‘Midi Libre’ in Frankrijk een interview met een voormalig lid van de extreemrechtse groep Unité Radicale die tekst en uitleg gaf bij het internet-activisme van de groep. Er werden valse accounts aangemaakt, waarbij er zelfs valse ‘moslimprofielen’ aangemaakt werden om mensen te beledigen of om de komst van de islamitische republiek in Parijs aan te kondigen. “Ik weet dat er bij het Bloc Identitaire en het FN gelijkaardige methoden gebruikt worden, de essentie van onze methoden kwam overigens van hoe hun militanten gevormd werden,” verklaarde het voormalig lid van Unité Radicale.

Een recent onderzoek van Amnesty International over het onthaal van vluchtelingen in 27 landen geeft cijfers die de toestand nuanceren. Volgens deze studie waren 82% van de Franse ondervraagden voorstander van het opvangen van asielzoekers en 63% meende zelfs dat de overheid hen moet helpen. Dat gaat in tegen het beeld van een land waar de familie-Le Pen de toon zet. Jean-François Dubost, verantwoordelijke van Amnesty in Frankrijk, verklaart de cijfers als volgt: “De meest vijandige stemmen tegen de opvang van vluchtelingen maken het meeste lawaai. De meerderheid die wel openstaat voor vluchtelingen is een stille meerderheid geworden.” (Le Parisien 19 mei 2016)

Aan ons om lawaai te maken!

We moeten hieruit niet de conclusie trekken dat de haat op sociale media geen gevaar vormt. Bij gebrek aan een alternatief op basis van solidariteit en strijd, vormen de enorme ongelijkheid en de onzekerheid over de toekomst die inherent zijn aan dit systeem een gemakkelijke voedingsbodem voor rechtse populisten en voor extreemrechts. Die laatsten maken gebruik van de afwezigheid van een sterke sociale beweging die zich niet richt tegen de zondebokken (moslims, vluchtelingen, werklozen, …) maar tegen de echte verantwoordelijken voor wat fout loopt in deze samenleving: de grote aandeelhouders, topmanagers en hun politieke marionetten.

Van de gevestigde politici moeten we geen antwoord op racistische vooroordelen verwachten. Zij zijn immers met handen en voeten gebonden aan het gevoerde beleid dat leidt tot sociale problemen en een grotere openheid voor onder meer racisme. Zoals het rapport van Oxfam over ongelijkheid opmerkte: “Heel wat superrijken gebruiken hun macht, invloed en connecties om politiek te wegen en ervoor te zorgen dat de regels op hun lijf geschreven worden.”

We zullen zelf antwoorden moeten bieden en deze moeten vertrekken van collectieve actie waarmee we de hoop op een betere toekomst vestigen en de strijd hiervoor organiseren. Als dit niet gebeurt, laten we ruimte voor de individuele wanhoop en de frustraties die zich soms laten opmerken op sociale media of nog in een proteststem voor extreemrechts.

We moeten tegelijk niet aarzelen om ook onze stem te laten horen. Deze krant, onze websites en onze sociale media bieden daar heel wat nuttige argumenten voor. Maar de beste manier om een andere stem te laten horen en het zelfvertrouwen van racisten, seksisten, homofoben en andere reactionairen te breken, blijft het verdedigen van een boodschap van solidariteit en eenheid in strijd tegen het besparingsbeleid en de ellende die eigen is aan dit systeem. Collectieve en concrete acties op straat kunnen de kracht van ons aantal tonen.

Dat blijft overigens een zwakte van extreemrechts. Het Vlaams Belang, het FN of Wilders kunnen met momenten dan wel sterk scoren in de media of in de verkiezingen. Maar ze zijn niet in staat om hun aanhangers in grote aantallen op straat te brengen. Dat is een uitdrukking van het dunne laagje ijs waarop ze ontwikkelen. Aan ons om het ijs te breken.