Home » Vandaag in de geschiedenis » 5 maart 1891 PHOENIX CITY LOOFT PREMIES VAN $200 UIT PER DODE INDIAAN.

* 5 MAART 1891 PHOENIX CITY LOOFT PREMIES VAN $200 UIT PER DODE INDIAAN.

A.Holemans

De Verenigde staten hebben een lange geschiedenis van wetten maken die legitieme moorden goedkeuren.

Miljoenen inheemsen werden ‘wettelijk’ gedood teneinde het land en de bronnen te kunnen inpikken.

 

In Europa werden de vijanden van het systeem onthoofd.

De Europese indringers maakten in het ‘nieuwe’ land wetten die premiejagers het moorden, onthoofden en scalperen van Indiaanse mannen, vrouwen en kinderen toelieten.

125 miljoen inheemsen werden vermoord in het Westelijk halfrond.

De slachtoffers waren onschuldig, zij hoefden niets fout gedaan te hebben, enkel ‘Indiaan’ zijn was genoeg!

Er werd cash betaald voor een Indiaans hoofd.

Eerst waren het de hoofden. Maar de hoeveelheid aan moorden werd een te zware lading. Toen werden scalpen geaccepteerd.

Kolonisten werden verteld dat het oké was om de indiaanse families te doden, en hen te verdrijven zodat hun voorvaderlijk land kon ingepalmd werden.

 

Gouverneur Kieft van New Netherlands was de eerste die in 1660’s geld bood voor Indiaanse scalpen.

Tegen 1702 bood Massachusetts $6 dollar voor elke Indiaanse scalp.

In 1756 bood Gouverneur Morris van Pennslyvania “130 stukken ‘Indian Head Coins’ per scalp van iedere mannelijke indiaanse vijand, ouder dan 12 jaar.”

En “50 coins voor de scalp van iedere indiaanse vrouw”

Massachusetts trok de premies op tot 40 pond voor een man en 20 voor vrouwen en kinderen onder de 12 jaar.

Het was moeilijk om de scalpen van de mannen te onderscheiden van de vrouwenscalp, of een scalp van een volwassen man van een kind; of die van een ‘vijandelijke’ van een vreedzame indiaan.

Premies hebben geleid tot wijdverspreid geweld tegen eender welke inheemse persoon, man of vrouw, jong of oud.

scalps1.jpg

Uittreksel The Daily Republican Newspaper in Winona, Minnesota- sept. 1863

De tekst leest:

"De beloning die de staat uitlooft voor dode indianen werd opgetrokken tot $200 voor iedere roodhuid die naar het ‘voorgeborchte’ gezonden wordt.

Deze som is meer dan de dode lichamen van al de indianen ten oosten van de Red River samen waard zijn.”

scalps2.jpg

Indiaanse scalpen in het Karl May Museum in Radebeul, Duitsland

Het Karl May museum weigerde in 2014 de scalpen terug te geven aan de indianen. Na hevig protest en door tussenkomst van Angela Merkel werd een compromis gesloten. De scalpen worden niet teruggegeven maar uit de tentoonstelling gehaald en opgeborgen in hun magazijn.

Het zou het museum van de auteur van de ‘nobele’ indiaan sieren moesten ze de scalpen teruggeven zodat zij ceremonieel begraven kunnen worden door hun eigen volk.